Het eerste stoomgemaal van Nederland stond in Blijdorp, ongeveer op de hoek Statenweg Bischopstraat. De zuidgrens van deze polder werd gevormd door de West Blommendijckse wech, de huidige Walenburgerweg. Daar achter begon Rotterdam.

In het begin van de eeuw werd een spoordijk door de polders Blijdorp en Bergpolder geconstrueerd om goederenvervoer mogelijk te maken tussen de lijn die uit het zuiden kwam (Dordtrecht, België) en de lijn die naar het Oosten ging, (Utrecht, Duitsland). Personenvervoer over deze lijn vindt sinds 1953 plaats, toen het Centraal Station in gebruik genomen werd en het Maasstation opgeheven.

Rond 1910 werden plannen gemaakt voor het dempen van de Schie tussen het huidige Stadhoudersplein en de plaats waar nu het Noorder Kanaal onder de spoorbrug door stroomt 11). Rond het zo gewonnen terrein zou de wijk Blijdorp gebouwd worden, want de expansie van de haven trok veel mensen naar Rotterdam. Daar moest woonruimte voor gecreeerd worden. Blijdorp en Bergpolder zouden twee nieuwe wijken worden, speciaal bestemd voor de middenstand en de 'valide werkman' in het Rotterdamse. De financiering van dit project leidde echter tot grote problemen waardoor demping van dit stuk Schie uitgesteld werd en de weilanden nog zeker 20 jaar weiland bleven voordat met de uiteindelijke demping en de nieuwbouw begonnen kon worden. De woningen in Blijdorp hadden alle een ingebouwde douche- of badcel, uniek voor die tijd. Eenmaal gebouwd werden de huizen vlot verhuurd, ongewoon voor de vooroorlogse tijd.