In documenten is voor het eerst van de nederzetting Overschie sprake in de tiende eeuw. Het gehucht lag aan het riviertje de Schie. Het heette toen Oude-Schiedamme. In tegenstelling tot Nieuwe-Schiedamme, het huidige Schiedam.
Overschie lag tussen Delft en Rotterdam en deze beide grotere steden probeerden hun invloed op het dorpje keer op keer te vergroten. Delft bleek de grootste druk op Overschie te kunnen uitoefenen. De officiele ambtsdragers en de predikant van het dorp werden door Delft benoemd.

Overschie was ook strijdtoneel tijdens de Hoekse (Rotterdam) en Kabeljauwse (Delft) twisten. Dat heeft voor heel wat vernielingen in en om Overschie gezorgd.

In en rond Overschie stonden diverse kastelen waaronder het Slot Spangen en op de plaats waar nu het viaduct van de Doenkade over de Schie loopt het ridderslot Roderijs. Deze zijn alle door het geweld of door de tand des tijds verdwenen.
In 1674 woonden er 53 zelfstandige boeren in Overschie die elk gemiddeld 17 koeien hadden.