Rotterdam had vier poorten, te weten: de Amsterdamse, de Goudse, de Delftse en de Oosterpoort.
's Nachts werden de poorten gesloten.
De bewakers en tolheffers van de Delftse Poort controleerden zowel het wegverkeer als de scheepvaart van en naar Delft. Delft en het er achter gelegen Den Haag waren in die tijd een stuk welvarender dan Rotterdam. Er viel met de doorvoer veel aan die steden te verdienen.
De Delftse Poort was eigenlijk een tweede versie. Een oudere poort is afgebroken. Eind dertiger jaren waren er plannen de poort opnieuw af te breken en elders te herbouwen. In 1940 vernietigde het Duitse bombardement de poort.
Langs het tankstation loopt de brede en drukke Schiekade die op het Hofplein uit komt. Waar nu dit Hofplein is bevond zich tot in de vorige eeuw een water dat de Schie met de Rotte verbond. Aan dit water bevond zich tussen 1853 en 1875 de Rotterdamse veemarkt, die later naar Crooswijk verhuisde. Daarna is er nog tot in onze eeuw de kaasmarkt geweest. Vanaf dit Hofplein liep ook een singel in zuidelijke richting, de Coolsingel, in het begin van deze eeuw gedempt. In 1860 kwam er een sluis in de Schie, vlak voor het Hofplein. Deze sluis maakte deel uit van het Waterplan van Ir. Rose en was bedoeld om te voorkomen dat vuil water uit de stad de Schie in geperst zou worden indien de kanalen en singels in het centum met vers water doorspoeld werden.