De spoorbrug over de Schiekade, die er rond 1870 kwam, werd door velen bekritiseerd. Sowieso kreeg het door de stad trekken van een spoorlijn vanuit België naar Den Haag niet de schoonheidsprijs van de meeste Rotterdamse burgers. Maar dat stuk over de Schiekade was wel helemaal verschrikkelijk. Vanaf de Schiekade met zijn vele buitenhuizen werd het zicht op de Delftse Poort ontnomen en wat eerst een open ingang naar het centrum was - de twee Schie-oevers aansluitend op de Coolsingel - werd nu door die stalen nieuwlichterij gereduceerd tot twee nauwe doorgangen, een soort muizengaatjes, onder een lelijk staketsel. De twee doorgangen aan beide zijde van de Schie moesten volgens de aanbesteding hoog genoeg zijn om de postkoets van Van Gent en Loos, opgetast met bagage op het dak, door te kunnen laten. Later werd de ijzeren brug vervangen door een betonnen en moest het wegdek iets zakken. Tegenwoordig bevindt zich een ware verkeerskuil onder een nieuw viaduct: het spoor is er dalende vanwege de spoortunnel onder de Maas. Het is nu ook vier sporen breed in tegenstelling tot het eerste viaduct van twee sporen. En hoewel het spoor nu uit het centrum van Rotterdam verdwenen is, laat het dit deel van de Schiekade nog steeds verminkt achter.