De beide Schiekaden onderscheidden zich in één belangrijk aspect van elkaar. De westerkade had een rij kastanjebomen die tegen de panden aan stonden, aan de oosterkade stonden de bomen aan de rand van het water. Reden: de paarden voor de trekschuit liepen over de westelijke kade, het jaagpad.
Lange tijd is er een conflict geweest over wie de Schiekaden moest onderhouden. Vanaf 1617 werd er tol geheven om de kosten voor onderhoud van met name het hobbelige jaagpad te kunnen betalen. Dat hielp niet, het pad bleef slecht. Toen werd het tolheffen verpacht (geprivatiseerd zou men tegenwoordig zeggen) en daarmee het straatonderhoud: dat hielp evenmin. Om ernstige ongelukken op de slechte weg te voorkomen werd de westkade al vanaf 1780 verlicht met lantarens.