De leprozenzorg was een zaak van de gemeente. Net zoals tegenwoordig was ook toen de gemeente, zeker waar het om de zorg voor de zwakken gaat, armlastig. Voer er een boot door de Schie, en dat gebeurde vele malen per dag, dan begaf een melaatse zich met hengel en klomp naar buiten en 'viste' bij de schipper en passagiers een aalmoes weg. De afstand tussen leproos en schipper werd bepaald door de lengte van de hengel. Zo werd de goede gever voor besmetting behoed.

Door verbeterde gezondheidszorg en hygiëne nam het aantal leprozen af.
In 1669 werd besloten het gebouw grondig aan te passen voor de huisvesting van proveniers en in 1716 werd het voor dit doel ook nog eens verhoogd. Een provenier was een ouder, niet meer werkend persoon die zich gedurende zijn werkzame leven in het proveniershuis ingekocht had zodat op zijn oude dag voor hem of haar gezorgd werd. Een partikulier bejaardentehuis zou men tegenwoordig zeggen. In 1898 werden de bejaarden die er toen nog woonden overgebracht naar een nieuwe instelling in het Oude Noorden en werd het Proveniershuis afgebroken. De wijk ten westen van de Schiekade is naar het huis genoemd: Provenierswijk.