Route 1: Rotterdam Centrum-Overschie
Bij deze wandeling hoort een kaart.

De wandeling begint bij het ijzeren staketsel dat de Delftse Poort genoemd wordt, op het punt waar het Haagse Veer op het Pompenburg uit komt. De oorspronkelijke Delftse Poort had de grootte en vorm van deze ijzeren constructie. Ze bevond zich in de buurt van de huidige constructie, op het punt waar de Rotterdamse Schie aansloot op de Rotte. U steekt het brede Pompenburg over en loopt schuin naar links naar het Shellgebouw en daarna naar het tankstation. De Delftse Poort gaf, even als de Schie 1), toegang tot Rotterdam aan de mensen die vroeger vanuit Delft en Den Haag kwamen. De Schie liep langs de westerzijde van de Poort 2). In 1940 is deze Rotterdamse Schie voor een groot deel gedempt.

We lopen in noordelijke richting de Schiekade op. Vanaf de grens van de stad, daar waar de stadsmuur liep, ongeveer waar nu de trein over de Schiekade rijdt, trok de Schie een lijn door het landschap tussen Rotterdam en Delft. Geen rechte, want haar loop werd voor een belangrijk deel bepaald door de ligging van reeds bestaande sloten, plassen en vaarten in de veertiende eeuw. Vanaf de Delftse Poort volgde de Schie haar eerste kilometer echter in een rechte lijn: de huidige Schiekade inclusief het begin van de Schieweg. Als we onder het spoorviaduct 3) door zijn zien we die rechte, brede Schiekade voor ons liggen. Feitelijk hebben we de stadsmuur dan achter ons gelaten.

Ter hoogte van het huidige pand op nummer 161 bevond zich de stadsherberg de Romein 4). Stadsherbergen waren er voor de reizenden. Een gemeenteverordening dwong de stadsherbergen honderden jaren lang net buiten de bestaande stadspoorten hun nering te bedrijven. Zo-ook de Romein, een van de vier stadsherbergen aan een van de vier poorten, in dit geval de Delftse. De Romein werd in 1897 gesloopt om plaats te maken voor het verenigingsgebouw van de Societeit De Vereniging die 1915 failliet ging. Daarna is het gebouw tot zijn sloop in bezit geweest van het Rotterdams Nieuwsblad.

De straat die nu westwaarts evenwijdig aan het spoor loopt en op de Schiekade uitkomt is de Molenwaterweg, de vroegere Poortstraat. Voorheen was dit een water waarlangs de molens stonden die de Coolse polder moesten ontwateren in de Schie.

Ook staan we hier direkt in de moderne geschiedenis van Rotterdam want de bombardementsgrens van 1940 is duidelijk zichtbaar. Aan de rechterhand nieuwbouw, links oudbouw met af en toe een nieuw pand er tussen. Ter hoogte van de Teilingerstraat komen we aan beide zijden van de Schiekade weer oudbouw tegen. Tussen het treinviadukt en de Teilingerstraat staat aan de rechterkant het grote schoolcomplex Technicon, dat acht scholen herbergt. De hoge witte toren is het Akragon en bevat enkele zwembaden en sportzalen. Een blok verder zien we het Bouwcentrum in een voormalig verzekeringsgebouw met een gebeeldhouwde Johan de Wit en Christiaan Huygens voor de gevel. Op het pleintje tussen het scholencomplex en het Bouwcentrum bevindt zich een klein kerkje, een der eerst herbouwde kerken na het bombardement. Een noodkerk, maar nog steeds in gebruik.

Vóór het dempen van de Schie, in 1940, voer er een overzetbootje over de Schie ter hoogte van de toren van het huidige scholencomplex. Het verbond de Haarlemmerstraat met het Zomerhofplein. Kosten overtocht: 1 cent. Haarlemmerstraat en Zomerhofplein bestaan niet meer en overvaren is oversteken geworden 5).

De Teilingerstraat, die we vervolgens oversteken, is een eigenaardig fenomeen. Zie eens hoe breed in vergelijking met de ten westen van de Schiekade aansluitende Proveniersstraat. Dat heeft een reden 6).

De straten in de buurt van de Teilingerstraat zijn genoemd naar de prachtige buitenhuizen die aan deze oostzijde van de Schiekade stonden: Vijverhof, Zomerhof, om er een paar te noemen. Rijke Rotterdammers hebben er gewoond: de Van Stolks en iemand als de havenbaron, projectontwikkelaar en oplichter P. M. Pincoffs. Al deze pracht is eind vorige eeuw verdwenen om plaats te maken voor de expansie van Rotterdam.

Op de kruising Teilingerstraat-Schiekade steken we de Schiekade over om aan de westelijke kant verder te lopen. Op deze plaats heeft tussen 1915 en 1940 een brug over de Schie gelegen.

In 1939 besloot de gemeente de Schie te dempen. Als vulmiddel hiervoor werd het bombardementspuin gebruikt. Zeven procent van het bombardementspuin ligt momenteel te rusten onder het wegdek van Schiekade en Schieweg. De rest is in de Kralingse Plas gestort. De zo ontstane gedempte Schiekade vormde een brede toegang tot de juist gebouwde wijken Blijdorp en Bergpolder en een uitvalsweg richting Utrecht en Den Haag.

Over de westelijke Schiekade 7) liep vanaf het begin van deze eeuw de paardentram naar Overschie. Over de oostelijke kade de tram naar Hillegersberg, toen nog zelfstandige gemeenten. De remise voor de trams en paarden bevond zich ongeveer op de plek waar nu nieuwbouw staat tegenover de toren van de scholengemeenschap.

We komen langs het pand met nummer 93, waar zich het eerste kantoor van de Deelgemeente Cenrum-Noord bevond. Die instelling groeide er uit haar jasje. In de zeventiger jaren is voor en in het pand menig ludieke actie gevoerd door buurtorganisaties die bang waren dat een meer ambtelijk ingestelde Deelraad hen op zou slokken. Het mooie art-deco pand iets verder, op de hoek met de Provenierssingel, is jaren lang gekraakt geweest.

Op de plaats waar de Provenierssingel op de Schiekade aansluit bevond zich vroeger het Leprozenhuis, later Proveniershuis genoemd. Een lang en log bouwwerk met aan de achterzijde een prachtige tuin. Het eerste bouwsel van dit huis dateert uit 1438. Het Leprozenhuis werd opgericht om melaatsen te huisvesten. Zoals we zien stond het zeker een halve kilometer buiten de stadspoort. Dat werd niet voor niets gedaan. Lepra is een besmettelijke ziekte 8).

De Provenierssingel, zo midden in de stad, is altijd een oase van rust geweest. In 1996 bestond zij 100 jaar. Er staan 70 bomen aan deze singel, 30 verschillende soorten waaronder een honingboom en een vleugelnoot. Staande op de plaats waar de Provenierssingel op de Schiekade uitkomt zien we het pand op de hoek Provenierssingel-Schiekade. Nieuwbouw. Tot 1941 stond hier een prachtig pand met een torentje erop. Een brits vergissingsbombardement heeft dat huis vernietigd.

Pand 73 is ontworpen door architect J. Verheul die in 1940 een aardig boekje geschreven heeft over de sjieke architectuur langs de Schie uit de tijd dat nog menig lusthof gevestigd was. Van Stolk, van de houthandel, was de opdrachtgever voor de bouw van dit pand. In 1906 werd het huis opgeleverd. Die familie Van Stolk had zo'n 5 hectare grond langs de Schie benevens houtopslagplaatsen en houtmolens. Het was een familie van welgestelde houthandelaren die oorspronkelijk aan de Boompjes gevestigd waren maar in 1724 bijna drie hectaren land opkochten aan de Schiekade, buiten de poort. Aankoopbedrag: f 25.000. Boven op de voorgevel van dit pand bevinden zich twee beeldjes: links een leeuw en rechts een mannetje dat zijn achterwerk laat zien. Dit is een kat van de architect naar de schoonheidscommisie uit die tijd die in eerste instantie het ontwerp van het huis minder gepast vond. De leeuw spuwt en het mannetje heeft schijt aan genoemde commisie (volgens Dhr.L. Koote in de rubriek Roterdamum in de Havenloods.)

We lopen verder de westelijke Schiekade over. Een inham suggereert een pleintje. Dit pleintje heeft een heuse naam: Ungerplein. Unger was een gemeentearchivaris. De hele wijk achter dit Ungerplein heeft straatnamen van personen die in het verleden over Rotterdam hebben gepubliceerd. De bouw van de woningen op dit plein dateert uit de periode 1931-1935. De architectuur was in de dertiger jaren modern. De flat een unicum in het Rotterdam van die tijd. Hij werd al snel 'wolkenkrabber' genoemd naar analogie van hoge gebouwen in Amerika. Het ontwerp is van de architect Ir. J.H. van den Broek. Twee poortjes leiden naar twee typische dertigerjaren straten: de Obreen- en de Schefferstraat. Op de plaats waar nu het grasveldje is heeft tot eind tachtiger jaren een benzinestation gestaan. Een ondergrondse benzinetank van dit station heeft vele jaren gelekt en het kostte vier jaar om de grond en het grondwater onder dit plein en belendende straten weer schoon te krijgen. Er is een optie voor een nieuw tankstation op die plaats. Dit Ungerplein en de twee 'poortstraten' zijn zo'n dertig jaar jonger dan de omringende bebouwing 9). Daar is nu niet zoveel meer van te zien vanwege de renovatie, die veel veranderd heeft.

Aan de overkant van het Ungerplein ziet u nieuwbouw. Hier stond tot 1976 het Sint Fransciscusgasthuis. Een kolossaal gebouw uit het eind van de vorige eeuw. Veel nonnen werkten er als verpleegster. Op het dak was een groot rood kruis geschilderd om het in de oorlog te vrijwaren van bommen. Desondanks vielen er 'per ongeluk' Britse bommen op het ziekenhuis, tegelijk met de bommen die het huis op de hoek van de Provenierssingel vernietigde. Veertien personen vonden er de dood door.

Tussen de flat aan het Ungerplein en de kruising van de Bergweg en Walenburgerweg bevonden zich aan de westelijke Schiekade vier tehuizen voor ouden van dagen. Nu is er nog één verzorgingsflat tussen de nummers 29 en 43. Tussen de nieuwbouw ziet u nog panden uit de vorige eeuw.

Het Emmahuis (nummer 47) verdient extra vermelding: in de dertiger jaren gebouwd als een protestants tehuis voor de beter gesitueerde bejaarden. De architectuur ademt licht en lucht, volgens de nieuwste architectonische ideeën van die tijd. Eind zeventiger jaren werden de bewoners overgebracht naar een nieuw flat bij de Statentunnel. De beherende stichting wilde er van af: slopen dus. Met de bewonersorganisatie van de Provenierswijk werd sloop voorkomen door het hele complex te kraken en er jongeren in onder te brengen. Nu is het Emmahuis de woonplaats van tientallen alleenstaanden en zijn er werkplaatsen in ondergebracht. In de kapel van het voormalige tehuis bevindt zich theaterzaal Het Kapelletje, waar veel amateurgezelschappen optreden. Op het binnenterrein van het Emmahuis bevindt zich een prachtige tuin.

In het deel van het Emmahuis dat aan de Schiekade ligt bevindt zich het kinderdagverblijf De Toekomstbouwers. Een instelling die er sinds midden zeventiger jaren zit en in die tijd in haar opzet 'progressief' was. Na het Emmahuis kunt u linksaf een steegje in waar de ingang van het theatertje is en rechts een speelterrein. Voorheen was hier een buurttuin met reusachtige bomen. In vergelijking daarmee ziet het er nu kaal uit.

Tegen de wand van de ingang van het nieuwbouwflat op nummer 29 ziet u nog de timpaan van het oude ingangspoortje van het verzorgingstehuis dat voor deze nieuwbouw plaats heeft moeten maken.

Aan de overkant staat links van de nieuwbouw een vooroorlogs gebouw van drie verdiepingen met een puntig dak. Dat was tot in de jaren zeventig het kantoor van de CO-OP, een op cooperatieve leest georganiseerde winkelketen met winkels in het hele land. De CO-OP is met de komst van moderne supermarkten ten onder gegaan, hoewel hier en daar in Nederland nog CO-OP supermarkten te vinden zijn. Nu is het Jeugdparket in het gebouw gevestigd en rijden 'boevenwagens' in en uit.

Bij de stoplichten komt van links de Walenburgerweg en van rechts de Bergweg. Vroeger de West- en Oost Blommendijkse Wegh maar ook bekend als Beukelsdijkse weg. Om van de ene Blommendijkse Wegh naar de andere te komen moest men over een brug, de Heulbrug. Een Heul is een houten brug. De eerste Heulbruggen waren inderdaad van hout. Daarna van ijzer. In 1908 werd de laatste Heulbrug gebouwd. Flink verbreed en van steen. Vanaf die tijd stond met koninginnendag de Heulbrug vol met toeschouwers vanwege de traditionele zwemwedstrijd in de Schie. In 1810 was dit ook de plaats waar keizer Napoleon de stad Rotterdam binnen reed. Dat zich hier een brug over de Schie bevond kunt u zien aan het hoogteverschil van deze plek ten opzichte van de omgeving: de vroegere opritten. Rond de Heulbrug hielden zich dan ook altijd 'hulpjes' op om tegen betaling handkarren tegen de helling op te duwen.

De Schiekade gaat nu over in Schieweg, die we volgen. Hier begon Overschie, tot de annexatie zo rond de eeuwwisseling. Links van ons, na de apotheek, lopen we langs een paar oude echte Schiepandjes uit het eind van de vorige eeuw. Bij het huidige nummer 20 hield, tot in de jaren dertig, Rotterdam op. Na dit laatste pandje langs de Rotterdamse Schie begonnen de weilanden. Je ging dan echt de bebouwde kom uit. In de dertiger jaren werden deze weilanden 'ontwikkeld' tot een nieuw woongebied voor Rotterdammers: Blijdorp.

De andere kant van de Schieweg, de overkant van de Schie, behoorde tot rond 1900 bij Hillegersberg. Achter dit deel van de Schieweg bevond zich een klein buurtje met smalle stegen, geconcentreerd rond de Heulstraat. Menig Rotterdammer bezigde voor dit buurtje de term 'achterbuurt'. Deze buurt met verarmde bewoners was in de vorige eeuw gebouwd op de plaats waar voorheen de Rotterdamse kruitfabriek gestaan had die in 1827 was ontplofte. Veel woningen aan de huidige Heulstraat zijn in 1995 opnieuw afgebroken omdat ze in slechte staat verkeerden. We komen nu op een soort pleintje, waar Schieweg, Schepenstraat en Stadhoudersweg tesamen komen. Hier staat een tableau met enkele foto's van dit punt zo'n 60 jaar geleden. Dit is één van de tien tableau's in deze wijk en maakt onderdeel uit van het project Historisch Buitenmuseum Bergpolder. Tussen de huidige ABN-AMRO bank en het verderop gelegen Stadhoudersplein bevonden zich in de voorbije drie eeuwen een aantal molens. De bekendste daarvan was de Vlaggeman, een houtzaagmolen gebouwd in 1681 en helaas in 1929 afgebroken ten behoeve van de stadsuitbreiding. Ook het terrein waar deze molen op stond was van Van Stolk. We gaan nu de Stadhoudersweg op. We lopen in westelijke richting en komen dan op het Stadhoudersplein. Van 1913 tot 1933 bevond zich hier de melkmarkt en was er een houten brug die de Bergselaan met de Stadhoudersweg verbond. Veel eerder, in de zeventiende en achttiende eeuw, stond hier de galg van het Rotterdamse gerecht.

Eenmaal op het Stadhoudersplein gaan we naar rechts, de Noorderhavenkade op. De huizen hier zijn in 1935 gebouwd, deel uitmakend van het Blijdorpproject.

De Schie scheidde hier de Bergpolder (rechts) en de Blijdorppolder (links) van elkaar. De Blijdorppolder hoorde tot het begin van deze eeuw bij de gemeente Overschie, de Bergpolder bij Hillegersberg 10).

We lopen de Noorderhavenkade 11) af tot het eind. Na de oorlog werden op de in 1940 gedempte Noorderhavenkade noodscholen gebouwd. Voor een aantal daarvan werd gebruik gemaakt van plaatijzeren constructies die voorheen onderdak gaven aan geallieerde militairen maar door de demobolisatie vrij waren gekomen. Nu hebben deze noodvoorzieningen plaats gemaakt voor permanente bebouwing. Er was hier ook een rolschaatsbaan en een kantine van de Volksbond, de Bond tegen drankmisbruik. Ter hoogte van de Cleyburgstraat voer vóór 1940 een pontje naar de Talmastraat.

Aan het eind van de Noorderhavenkade gaan we links af de Gordelweg op. Tot in de vijftiger jaren was dit de rand van de bebouwde kom van Rotterdam. De Gordelweg was een belangrijke verbindingsweg tussen de Rijksweg uit Den Haag en de Rijksweg uit Utrecht. Druk dus. Nu wordt dit verkeer via de Ringweg geleid. Aan de overkant van de Gordelweg bevindt zich het Noorderkanaal met daarin woonboten en er langs schooltuintjes.

Ter hoogte van de Vroesenlaan steekt u de Gordelweg over en gaat de brug over het Noorderkanaal over. Hoe de Schie, vanuit de richting Delft gezien, de polder Blijdorp doorsneed kunt u zich voorstellen als u naar het water kijkt zoals het onder de spoorbrug ligt. Deze kunt u zien als u op de brug die over het Noorderkanaal gaat naar links kijkt. Net voor de spoorbrug knikt het kanaal iets naar rechts. Op dat punt werd rond 1930 de bestaande Schie op het nieuwe Noorder Kanaal aangesloten. Oorspronkelijk liep de Schie in de richting zoals hij nu onder de spoorbrug ligt: in een rechte lijn richting Stadhoudersplein, als het ware dwars door huizen en straten van het huidige Blijdorp. Van dit stuk Schie is geen spoor meer te bekennen.

De overgang over het Noorderkanaal leidt ons ook over de drukke Ringweg om Rotterdam. Direct als u over deze Ringweg heen bent kunt u rechts een trapje af, naar beneden. Onder aan de trap gaat u rechts af en komt dan op het Oudedijkse Pad. Zou u links af slaan dan komt u bij de Rotterdamse vestiging van het Centraal Bureau Rijvaardigheid, het CBR, waar dagelijks tientallen examinanten met het zweet in de handen vandaan rijden in de hoop een rijbewijs te behalen. Op de plaats van het huidige CBR-complex bevond zich tot in de jaren zestig het Gelderse Dorp. Dit wijkje bestond uit kleine, lage woningen. Noodwoningen voor de Rotterdammers die weggebombardeerd waren. De straten waren naar steden in Gelderland genoemd.

U loopt parallel aan de Ringweg, links van u. Gelukkig staan hier geluiddempende schotten. Rechts het Volkstuinencomplex Eigen Hof. We lopen het Oudedijkse Pad af en komen op een eigenaardige plek. Oudendijkse Schiekade, Oude Kleiweg en Oudedijkse Pad komen hier samen. Hier stonden nogal wat bedrijven en woningen langs de Schie. Links een bedrijfspand met een schoorsteen die nog uit het begin van de eeuw stamt: een vroegere verffabriek. Ook de woningen op dit kleine stukje zijn merendeels uit de vorige eeuw. Het lijkt hier een dorpje op zich.

We lopen een klein stukje de Oudedijkse Schiekade op maar slaan na het bedrijfspand links af, om een bruggetje over te gaan. Op het bruggetje, naar links kijkend, ziet u de Schie onder de Ringweg verdwijnen. Maar kijk u naar rechts dan ziet u de Schie in haar zeshonderdvijftig jaar oude glorie met links er van een wandelpad, het vroegere jaagpad, en rechts moderne bebouwing. We gaan het jaagpad op en lopen zo de Schie langs. Aan de overkant luxe woningen, links de bebouwing van het naoorlogse Overschie. Revolutiebouw in de strijd tegen de woningnood. Het grootste deel van deze flats is nu gerenoveerd. Langs dit stuk van de Schie bevonden zich voorheen diverse bedrijfjes, waaronder de Rotterdamse Marmer Industrie. Nu zijn er een houtbedrijf, een auto- en een specerijenbedrijf gevestigd. Na een paar honderd meter buigt de Schie lichtjes naar links. Hier bevond zich tot in de zestiger jaren een overzetveer voor fietsers en voetgangers. Er is nu een bruggetje. De woningen aan de overzijde van de Schie verzakken in de drassige grond. Dat is hier en daar goed te zien aan gevels en nokken. Een deel van de huizen in die buurt dreigt letterlijk van de Schie weg te schuiven, het lager gelegen achterland in. Op de plaats waar de Schie scherp naar links buigt bevonden zich tot in onze eeuw drie kleine scheepswerfjes. Nu staan er de gebouwen van de firma Naaktgeboren.

We blijven langs de Schie lopen. Maar dan ineens houdt zijn loop op. Is de Schie gedept. Daar trekken we ons niets van aan en lopen recht door, onder de Rijksweg naar Den Haag door. Net aan de andere kant van dit viaduct zien we de Schie weer verder gaan. Een plaatselijke demping. Dat het water hier vroeger daadwerkelijk liep is te zien aan de houten meerpalen die tegen enkele pilonen van het viaduct staan.

We bevinden ons nu in de bebouwde kom van Overschie 12). We volgen de Schie aan de rechterkant, waar nog woningen en winkels staan uit de vorige eeuw. Aan de andere kant van de Schie bevindt zich nieuwbouw. Voor ons zien we de katholieke kerk van Overschie, uit het eerste deel van de vorige eeuw. We gaan het houten bruggetje (naar links) over en lopen over de linker oever verder. We komen dan langs een vitrine met een oude foto van deze plek. Het bootje van Rotterdam naar Delft is er op te zien, dat op die plek aanlegt om passagiers en vracht in of uit te laden. We lopen door richting bruggetje.

Het bruggetje dat nu over de Schie ligt is kleiner dan de ophaalbrug die er voorheen over lag. Het is een 'lage' brug 13). We gaan nog niet de brug over maar lopen recht door, de brug achter ons latend. Daar staan we dan, aan de rivier de Schie. Op dit punt mondde de Rotterdamse Schie in de rivier de Schie uit. Nu niet meer, want er ligt net voor dit punt een dam in de oude Rotterdamse Schie. Rechts kijkend zien we de waterweg van en naar Delft. Links het oude Overschie met zijn dominante kerk. Na de bocht in de Schie, zo'n 600 meter verder stroomafwaarts, bevindt zich de aftakking naar Deltshaven: de Delfshavense Schie. Daar kunnen we ook de Hoge Brug vinden.

Aan de overkant, de westkant van de rivier de Schie, ligt het Veerhuis. Van hier uit roeide de veerman een ieder die overgezet wilde worden over. Vanaf de achttiende eeuw tot in de vijftiger jaren zorgden opeenvolgende generaties van dezelfde familie voor het vervullen van deze overzetplicht. Allen hebben in dit veerhuis gewoond. Kijken we in de richting van Delft, maar dan naar de rechteroever, juist waar de Rotterdamse Schie in de rivier de Schie stroomt, dan zien we daar een ingesleten houten paal staan. Deze paal werd door de schippers van de trekschuiten naar Delft gebruikt om de schuiten de bocht om te krijgen: het trektouw werd om de buitenkant van de paal gelegd en daaraan het paard, een stukje verder op het jaagpad richting Delft. Zo werd de schuit 'de bocht om' getrokken. Oorspronkelijk rolde het touw over een aan de paal bevestigde rol. Zo'n paal heet dan ook een rolpaal.

Dit is het einde van route 1. Van hier uit is de bus terug naar Rotterdam te nemen.